Genadekruid (Gratiola officinalis)
Museum Klooster Ter Apel
Gratiola officinalis werd vroeger beschouwd als een door Gods genade aan de mensen gegeven geneesmiddel voor allerlei ziekten. Tegenwoordig wordt het al lang niet meer gebruikt in de geneeskunde. De plant is namelijk zeer giftig. Het kan misselijkheid, verlammingen, verhoogde speekselvorming, schade aan de nieren, diarree en verkramping veroorzaken. Deze eigenschappen werden in de middeleeuwen echter zeer heilzaam bevonden. Na inname krijgt men sterke braakneigingen en door de laxerende en urinedrijvende werking zijn verstoppingen van darmen en urinewegen snel genezen. Het was een echt paardenmiddel en het zal destijds wellicht meer kwaad dan goed gedaan hebben. Velen zullen de behandeling waarschijnlijk niet overleefd hebben.
Het Genadekruid kende dus veel toepassingen. Of zoals Dodonaeus het samenvatte: “Met eenen woorde, de Gratiola is seer krachtigh om alle verrottinghe ende bederffenisse der vochtigheden oft humeuren des lichaems te beteren ende te reynighen”.
(Bron: Van akelei tot zwarte nieswortel, De kruidentuin van Museum Klooster Ter Apel, Nico Rookmaker, 2020)