Werktuig in de veenput
Deze stikker van het Veenkoloniaal Museum Veendam werd gebruikt bij het afsteken van nat veen in de 19e en vroege 20e eeuw. Met de lange steel en smalle ijzeren snede sneden arbeiders het veen in blokken, die vervolgens tot turf werden gedroogd – dé brandstof van de noordelijke provincies.
Het werk was zwaar, nat en koud. De stikker staat symbool voor het vakmanschap én de taaie volharding van de veenarbeider: met eenvoudige middelen wist men een hele samenleving te bouwen op het veen.
Dankzij deze waardevolle grondstof ontstonden in de Veenkoloniën grote en kleine dorpen en vergaarden sommigen in het gebied grote rijkdom. Dat is in de regio goed terug te zien aan de vele prachtige herenhuizen, onder meer in Veendam. Maar niet iedereen profiteerde evenzeer: de veenarbeiders zelf waren loonwerkers, het grote geld ging over het algemeen naar de handelaren.
Tot de turfwinning stopte en de handel instortte. De Veenkoloniën, nog altijd bekend als een rauw en ruig gebied, bleken een vruchtbare voedingsbodem te zijn voor Groninger (en Drentse) streektaalmuziek.
Auteur
Erfgoed in Groningen
