Menselijk haar als In Memoriam
In de 19e eeuw werden er van menselijk haar sieraden, wandvoorstellingen en sculpturen vervaardigd. Veelal gaat het hier om rouw- en herinneringsobjecten. Haar had een bijzondere rituele kracht doordat het persoonlijk en tastbaar was. In de romantische rouwcultuur van de 19e eeuw was het daarom een populair gebruik.
Met name in het Verenigd Koninkrijk nam het haarsouvenir in de tweede helft van de 19e eeuw een vlucht. Na de dood van prins Albert in 1861 liet zijn weduwe koningin Victoria van enkele lokken van zijn haar rouwobjecten maken. Gaandeweg verspreidde het rouwritueel zich over heel Europa en Noord-Amerika. Als je destijds geld genoeg had kon je een speciale haarwerker inhuren, maar er waren ook handwerkbeschrijvingen voor thuis beschikbaar. De verfijnde kunstwerken werden bijna uitsluitend door vrouwen gemaakt. Wellicht lijken de haarsouvenirs voor ons vandaag de dag wat macaber, maar onze voorouders zagen haar als een blijvend restant van een dierbare. Een bezield stukje van iemand, dat ondanks de licht- en zachtheid nooit verging. De vaak florale motieven, zoals die ook gebruikt zijn in het haarboeket van het openluchtmuseum, staan dan ook symbool voor die licht- en zachtheid en de schoonheid van het leven.
Auteur
Museum Het Hoogeland
